Verhalen/Gedichten van ‘ Bumper’, omdat zij ze niet meer kan vertellen
Gedichten
7 februari 2004
© Bumper
Oh God, zou het dan toch waar zijn
alles wat ik dacht,
wat ik droomde,
wat ik voelde,
wat ik rook.
Oh God, wat afschuwelijk!
Ik voel de pijn van dat kleine meisje,
die verkracht door velen,
niet meer kon lopen van de pijn.
Ik voel de onmacht van de groten,
die niet sterk genoeg waren
om die velen mannen/vrouwen tegen te houden in hun sadisme.
Oh God, wat afschuwelijk, ook voor U!
U die alles zag, die alles rook,
die zich wou ontfermen over de groten en de kleinen maar niet kon,
door de duisternis die te groot was
U die zag hoe Uw geliefde kind kapot gemaakt werd,
de ziel zag U in stukken breken!
Oh God, mijn ziel schreeuwt naar U
ik moet de waarheid weten
want ik wil niet meer met blinde vlekken leven
Oh God, mijn ziel verlangt naar U
naar Uw sterke armen
naar Uw liefdevolle stem die zacht fluistert dat ik veilig ben
dat ik niet meer bang hoeft te zijn!
Oh God, op dit moment ben ik bang, heel bang
word ik verdrietig bij alles wat ik voel.
Zou de waarheid nu aan het licht komen,
het is wel wat ik wil, maar ik vind het zo moeilijk!
Oh God, heb me lief op dit moment,
Hou me vast op dit moment
Spreek zachte lieve woordjes tegen me
Geef me Uw kracht om me aan op te trekken.
Wetende dat ik Uw kind ben
13 februari 2004
© Bumper
Ik voel niets
geen koud,
geen warmte,
geen pijn
ik voel geen emoties
geen verdriet,
geen boosheid,
geen liefde
Ik ben een bikkel
keihard
geen medelijden
geen genade
geen vertrouwen
Alles is verloren gegaan jaren geleden…
toen ik nog klein was
toen ik nog wel gevoel had
toen ik nog vertrouwen had
Ze hebben me te pakken genomen
nee, niet zomaar even verkracht nee
maar alles wat je maar kan bedenken hebben ze gedaan
Vaginaal
Anaal
Oraal
Al slaand met zwepen
hebben ze me gedwongen lieve woordjes te zeggen
om ze nog opgewondener te maken
was de toon niet goed dan wisten ze wel raad
even een stroomstoot en ik was weer het lieve meisje
tenminste dat dachten ze;
want achter het lieve meisje school een boom van een kerel
die dacht dat zijn tijd nog wel zo komen
dan zou hij ze afmaken, op een monsterlijke manier
Alleen die tijd moet nog komen…
ik kreeg niet de kans om de identiteit te achterhalen
alles was geheim
ze hielden zich verborgen achter maskers
achter lange gewaden
Ik ben een bikkel
keihard
geen medelijden
geen genade
geen vertrouwen
Ooit zal er een tijd komen…
14 februari 2004
© Bumper
Het is kerstvakantie
iedereen is blij
behalve ik…
Ik weet wat me te wachten staat
ik mag uit logeren
oh leuk, zou je denken
maar waar ik mag logeren
daar is het niet leuk
gelukkig is het deze keer maar 5 nachtjes
Ik krijg thuis een blinddoek voor
en die mag pas af als ik na vijf dagen weer thuis ben
kleren hoef ik niet mee
want die heb ik nauwelijks aan
Ik zou graag mijn knuffel meenemen
maar dat mag niet
en eigenlijk maar goed ook,
want zelfs mijn knuffel hoeft niet te zien
wat ze allemaal met me doen
Ik word door vader weggebracht
zodra hij mij kwijt is
gaat hij zelf weer naar huis
want hij moet kerst vieren
zijn gezicht in de plooi houden
want ze denken allemaal dat hij een goede vader is
Als ik aankom bij mijn “logeeradres”
gaan ze me keuren alsof ik een koe ben
ze stellen me voor aan vreemden, die niet bij de vaste club horen
ze laten hun fantasie gaan
over wat ze allemaal met me kunnen doen
ik krimp ineen…
Wanhoop krijgt vat op me
hoe hou ik het vol…
angst doordrenkt me
het is zo eng dat ik niets kan zien
dat ik me niet kan voorbereiden
behalve op het ergste
Ik probeer helder te blijven
op leuke gedachten te komen
helaas is dat voornemen tevergeefs
het is te eng, te onzeker
ik wil controle maar ik weet dat ik die niet heb
Ik raak elk tijdbesef kwijt
en ben af en toe blij dat ik geblinddoekt ben
het geeft op de een of andere manier rust rust
omdat ik niet in de ogen hoeft te kijken van die sadisten
Aan het einde weet ik dat ik geen mens meer ben,
gebroken tot en met
hopend op het einde wat maar niet komen wil.
14 februari 2004
© Bumper
Ik ben misselijk
moet huilen maar dat is verboden
Ik moet weer mee
ik wil niet maar ik kan niet terugvechten
ik ben niet sterk genoeg
ik ben nog klein, nog geen twee jaar
Vader zet me in het aangepaste stoeltje
en draagt me naar de auto,
elke keer als ik een geluidje maak wat lijkt op huilen
dan knijpt hij mij heel hard.
Moeder blijft thuis bij mijn zus
Ik weet wel waar we naar toe gaan
maar ik weet niet waar dat is
ik weet dat er een heleboel mensen zijn
en soms ook kinderen, die ik niet ken
Ik ben bang, heel bang
maar ik weet dat ik niet mag huilen
ik probeer aan iets leuks te denken
maar ik kan niets bedenken
ik zie bloed
ze hebben me gesneden
ik probeer niet te kijken, niet te voelen
ze houden me ondersteboven
ze duwen dingen in me billen
het voelt alsof ik verscheurd word
ik moet spugen en het gebeurt
het wordt meteen afgestraft
mijn hoofd wordt boven het vuur gehouden
het voelt warm
daarna koud
en daarna niets meer
het is te veel,
ik val weg
ik wil niet meer niet meer leven,
niet meer voelen laat me sterven,
maak me maar af
maar doe me geen pijn meer
ik ben te klein
20 februari 2004
© Bumper
Ik voel niets,
ik voel teveel
ik wil met niemand praten
ik kan niet meer
wie wil nog dingen van mij eisen?
ik doe het niet
ik kan niet meer
ik ben zo moe
Vechten…
ik weet niet hoe
ik kan niet meer
gillend wakker worden
vervreemd kijkend in het donker
leef ik nog…
ja, ik leef nog…
maar vraag niet hoe
ik kan niet meer
die vreselijke glimlach
die poppenkast
ik ben weer alleen
net als vroeger mensen om je heen zijn er wel maar ook weer niet
ze zijn niet in staat om te luisteren naar mijn gruwelverhalen
dit kunnen ze niet aan
ze voelen zich te machteloos
En ik dan…
ik voel me ook machteloos
wil eigenlijk ook niet luisteren naar die verhalen
voel me half leeg en morsdood
ik kan niet meer…
maar ik zal wel moeten
wat een afschuwelijke eis!
25 februari 2004
© Bumper
Nog even wachten,
schreeuwt er iemand vanuit een donkere hoek
ik wil eerst
het is de leider ofwel de hogepriester
hij wil eerst
vraagt hij of ik wel wil
nee natuurlijk niet
het maakt niet uit wat ik wil
ik ben een gebruiksvoorwerp
ik ben niets
Daar komt ze de hogepriester
dat kreng
ze doet wat creme op haar handen
ze gaat bij mij naar binnen
ze wil het gat vast wat groter maken
ter voorbereiding zegt ze
ik moet haar beleefd aankijken
haar bedanken dat ze “het gat” wat groter gemaakt heeft
ze geeft een teken aan haar onderdanen
dat ze kunnen beginnen
Ze klimmen een voor een op me
sommigen doen het met zijn tweeën
zijwaarts, de een voor, de ander achter
ze gaan me aan het kruis hangen met touwen
en de benen achter de verticale balk
dan is “het gat” nog bereikbaar
ze hangen iets aan mijn tepels
ik weet niet wat dat is
ik voel het en ook weer niet
Ze zingen een lied
ze staan in een kring om het kruis heen
zo nu en dan gaat er iemand naar mij toe
met een voorwerp in zijn hand
een mes, een fakkel,
een soort ding wat heel koud aanvoelt maar later warm,
heel warm
ze snijden, branden en verkrachten me
ik val steeds meer weg
het lijkt wel uren te duren
misschien wel dagen
ik word moe en mijn ogen vallen dicht
1 maart 2004
© Bumper
E r is iets geks aan de hand,
ik denk dat ik zwanger ben
ik heb het bij andere meisjes gezien
wat er dan gebeurt
en dat wil ik niet
Ik weet niet hoe ik het ongedaan moet maken
want ze houden me constant in de gaten
Ik ben bang
heel bang
ik probeer een oplossing te bedenken
maar stuit op het onmogelijke
ik ben nog maar 15
durf niet naar de dokter
ik voel me erg wanhopig
Dan wordt het ontdekt
ze laten me een heel vies drankje drinken
en half in coma
aanschouw ik wat er gebeurt
ze laten het geboren worden
het is groter dan ik dacht
het is al een echt kindje
ik wil het beschermen
maar ben te verlamd
ik zie dat ze het in stukken snijden
afschuwelijk
ik wil het niet zien
wend me af
onmacht overspoelt me
want ik kan niets doen
Ik weet maar één oplossing: verdringen
5 maart 2004
© Bumper
Leeg,
zo onbeschrijfelijk verloren,
zo intens verdrietig,
zo immens boos en machteloos
alles vernietigende zelfhaat
de controle verliezend
verdrink ik in een zee van emoties
wil zo graag goeddoen
maar ik word beperkt
door de verloren controle
de schaamte amper dragend
kruipt het leven voort
ook al grijp ik er wanhopig naar
de schijn lijkt voorbij
alle maskers zijn onvindbaar
ook de lijm lijkt wel op
nu komt het er op aan hoezeer ik God vertrouw
kan ik nu nakomen wat ik afgelopen tijd zei
ik vrees het ergste…
7 april 2004
© Bumper
Oh God, Waarom…
Waarom wil men mijn leed ontkennen
Waarom wil men alleen met mij omgaan als ik blij ben
Waarom kan/mag ik niet zijn wie ik ben
U was toch Degene die zei: “Kom tot mij en ik zal je rust geven…”
“Ik ben gekomen voor gebrokene van hart…
“Mijn Juk is zacht en mijn last is licht…”
“Stille wateren en grazige weiden…”
U bent toch Degene die zegt:
“Kom, kruip maar lekker tegen Me aan…”
“je bent altijd afgewezen, maar bij Mij mag je zijn wie je bent…”
“Ik wil je helemaal, ook als je bang bent, je je verdrietig voelt,
je terecht boos bent, want je hebt daar reden toe”
“je kunt Mij vertrouwen mijn kind, ik wil het beste voor jou.”
Oh God, ik snap het ook wel
waarom zouden mensen wel met mij om kunnen gaan
als ik het zelf al amper kan
maar ik verlang zo naar troost
naar mededogen
naar oprechte aandacht
naar een luisterend oor zonder oordeel
Ik wil het beeld wat ik van U heb niet verliezen
Wilt U het alleen maar sterker maken…
