Ik hield van je en jij van mij,
zo dacht ik dat het was.
Alles deed ik voor je als je zei maak me blij,
ging vast liggen op het matras.
Het lag vast aan mij dat het pijn deed, niet aan jou,
en ik deed zo mijn best,
om niet te huilen, want ik was je kleine vrouw,
en wat je deed was niet te vergelijken met de mishandeling van de rest.
Toen sloeg het om, je werd gemeen, nog gemener dan de groep,
zelfs gemener dan mijn moeder, je vrouw.
Ik slikte alles van je, al je troep,
en ik hield vol in mijn grenzeloze trouw.
Alles deed ik om te laten zien hoeveel ik om je gaf,
je verwoestte mijn lichaam, en ook mijn geest,
want ik verdiende straf,
dat is de reden geweest.
Ik baarde je kinderen, je speelgoed voor de groep,
Ze ondergingen hetzelfde lot,
ondanks mijn gesmeek en geroep,
je maakte ze kapot.
Je hield niet van me, dat heb je nooit gedaan,
je speelde een ziek en vuil spel,
je hebt me aan je gebonden en je als de goede partij voorgedaan,
dat ik daarin zou trappen wist je wel.
Je was met mijn moeder de leider van de orde,
je gaf me aan die mensen,
voor alle wensen die maar bedacht konden worden,
ik voldeed wel aan hun wensen.
Nu staat het hier, zwart op wit,
en ik bekijk mijn schrijven,
terwijl ik achter mijn computer zit,
en probeer in leven te blijven.
Want ik hield van je en jij van mij,
zo dacht ik dat het was……
Aver (MM)
