Ik sta op de stoep van een best grote straat.
Ik zie mensen op de fiets voorbij komen.
Neem me mee schreeuw ik in gedachten,
neem me mee zeg ik zacht in mezelf.
Ze horen me niet.
Ik lig op mijn matras,
ik fluister tegen het plafond, neem me mee.
Ze horen me niet.
Ik lig op het gras en kijk naar de lucht.
Neem me mee zeg ik zacht tegen de vogels
Ze horen me niet.
Ik sta bij de overweg te wachten.
Ik zie de trein voorbij gaan.
Neem me mee schreeuw ik keihard in de herrie van de wielen.
Ze horen me niet.
Ik loop aan de hand van een lieve invaljuf naar huis,
Neem me mee schreeuw ik in gedachten.
Neem me mee zeg ik zachtjes.
Wat zei je zegt de juf.
Ze hoorde me niet.
