Het duister is geweken,
ik kijk nu in het Licht
genietend van de warmte,
genietend van het zicht.
De duistere randjes deren me niet, ik ben een overlever,
een kind van God voortaan,
Hij zorgt voor me als een Vader,
en houdt het duister bij me vandaan.
Ik houd mijn hartje open,
voel op die manier Gods Hart voor mij,
En blijf in het Licht kijken,
dan kan er geen duister meer bij.
Kom maar bij ons in die warmte,
ook al is het Licht soms nog wat fel,
en als het je ogen laat tranen,
dan bewaart God die tranen wel.
