Ik vraag of je me zult geloven
als ik je vertel over wat er met mij is gebeurd.
Je zegt: “Wie ben ik om jou niet te geloven?”
Je zegt: “Als iemand een psychose heeft,
beleeft hij werkelijk wat er met hem gebeurt.
Het maakt uiteindelijk niet uit,
ik geloof zijn ervaringen.
Ook jouw verhaal geloof ik,
het is wat jij ervaren hebt.”
Maar dat is niet wat ik je vraag.
Ik vraag je of je gelooft dat wat ik mij herinner,
daadwerkelijk zo gebeurd is,
bezien vanuit de ogen van een angstig kind,
maar wel de echte waarheid.
Op deze manier leg je die moeilijke vraag,
de vraag of mensen tot deze dingen in staat zijn,
de vraag of dat zo dichtbij kan gebeuren,
wel heel makkelijk naast je neer.
Mijn verhaal is schokkend,
en het gaat over een waarheid
die jouw wereldbeeld op de kop kan zetten.
Misschien moet ik mijn vraag daaarom wel anders formuleren:
Ben je bereid naar mij te luisteren
en onder ogen te zien dat jouw werkelijkheid
misschien anders is dan je had gedacht?
Ben je bereid jouw wereldbeeld te laten kantelen
en nieuwe betekenis en zingeving te vinden?
Want dat is, wat mijn schokkende herinneringen,
waar als ze zijn, van je vragen.
Als je bereid bent, om te luisteren.
Fiete
Geschreven met een diep respect
voor een ieder die ooit een psychose heeft meegemaakt
en behoefte heeft aan iemand die daarnaar luistert
zonder oordeel over wat ‘echt’ of ‘niet echt’ is.
Bij herinneringen aan ritueel misbruik ligt deze vraag anders,
en daarover gaat deze expressie.
