Buiten.
Ik ben buiten, ik heb het koud. Ik heb honger.
Ik wil de keukendeur binnen gaan.
Moeder kijkt me verbijsterd aan.
Naar buiten jij. Je bent al binnen.
Ik begrijp haar niet.
Maar moeder, stamel ik….
Eruit jij, de echte “xx” is al binnen.
Jij hoort hier niet. Mijn kind is binnen.
Moeder KIJK naar mij gil ik. IK ben het.
Nee zegt ze. Jij bent mijn kind niet. “xx” is binnen.
NEEEE schreeuw ik naar haar, IK ben “xx” KIJK dan.
Ze kijkt niet, duwt me naar buiten en draait de deur op slot.
Jij bestaat niet zegt ze door het raam.
